De schacht Melanie van de mijn Willem-Sophia. 

 

 

 

 


Januari 1956 verscheen het eerste nummer van het

 

 

‘ BEDRIJFSTIJDSCHRIFT ’van de N.V.NEDERL. STEENKOLENMIJNEN “ WILLEM-SOPHIA “ SPEKHOLZERHEIDE.

 

 

antraciet

 

 

 

Het eerste artikel luidt : “ De nieuwe schacht Melanie “

 

        

 

 

home

In  1967 was ik als student van de mijnschool op excursie bij de mijn Willem-Sophia in Spekholzerheide.

 

Wat ons direct opviel was het gebruik van houten bouwwerk in de mechanische pijlers, maar:

 

Met grote trots werd de Melanie schacht geschouwd.

 

Wij stonden op de kooi en daalden langzaam omlaag.

 

De kooi draaide tijdens het afdalen om ca. 51º.

 

De Melanie-schacht was in alle opzichten bijzonder.

 

 

 

                                          Op de site www.limburgsemijnen.nl  vond ik onderstaand rapport.

 

 

Schacht Melanie.

 

Algemeen

 

De schacht ligt op het mijnterrein ten zuiden van de spoorlijn. Via een brug over het spoor, de steenbrekerij en een gang gedreven door de steenstort is hij met de losvloer van do beide hoofdschachten verbonden.

 

Oude situatie

 

De schacht dient ter ontsluiting het Melanieveld ‑tussen Grachter‑ en Heerlerheidestoring. In eerste instantie is hij afgediept tot de 100 m.v. Van hier zijn steenhellingen gedreven ter ontsluiting van de lagen Grauweck, Senterweck en Ley. De lagen Rauschenwerk en Athwerk zijn met een steendeling ontsloten, uitgaande wederom van de 100 M.v. Deze schacht dien, o.a. Voor:

 

1.        Vervoer van personen en materiaal d.m.v. een één‑etagekooi met contra‑gewicht.

2.        Vervoer van vulstenen via een valleiding.

3.        Lucht‑ en waterleidingen en electr. kabels.

4.         Intrek van verse lucht voor het betreffende deel van het Melanieveld.

 

Nieuwe situatie

 

Daar de ontginning in de bovenomschreven lagen is beëindigd werd de schacht verder afgediept tot d, 217 m.v. Deze verdieping is de hoofdproduktieverdieping van schacht II.

Om de 100 m.v. zo lang mogelijk in bedrijf te houden, is de schact vanaf de 217 m.v. omhoog gedreven.

 

De richting van de kooi in de schacht is bepaald door de bovenliggende situatie n.l. de verbindingsgan steenbrekerij‑schacht. Voor de 100 m.v. is dezelfde richting aangehouden. Handhaaft men deze richting bij verder afdiepen, dan komt de laadplaats op de 217 m.v. in de Grachterstoring te staan. De steengang die de schacht met de bestaande hoofdsteengang verbindt moet dan ook door de Grachterstoring.

Daardoor is besloten deze verbindings‑steengang en de laadplaats nagenoeg parallel aan de Grachterstoring te drijven. Dit betekent dat de richting van de kooi tussen de 100 m.v. en 217 m.v. over een hoek van 51º  moet draaien.

 

Het draaien van de kooi.

 

Onder de 100 m.v. is een nagenoeg vierkante uitbouw gekozen (3,6 x 3,9 m uitwendig ). Deze vorm is bepaald door de volgende vaste punten. De afstand en richting kooi – contragewicht dient gelijk te blijven. Draait nu de kooi 51º met hart kooi als middelpunt, dan is de omtrek haast bepaald.De ladderafdeling, tot de 100 m.v. aan de oostzijde , is onder de 100 m.v. naar westzijde overgebracht, maar kan verder tot de 217 m.v. ongehinderd doorlopen. Als probleem resteert dan nog de valleiding die niet loodrecht onder de reeds bestaande leiding kan komen. Daarom heeft men deze een afwijking gegeven van ± 1º hetgeen een verplaatsing betekent van 1,4 m op ± 70 m diepte. Volgens opgave van de fabrikant blijft bij een afwijking van minder dan 2º de slijtage in een valleiding nagenoeg gelijk aan die van een zuivere vertikale leiding.

De schacht zal voorzien worden van een nieuwe schachtbok met een andere ophaalinstallatie. De snelheid wordt dan opgevoerd van 2 m / sek. 1 m / sek. ( ??? )

De één-etagekooi wordt vervangen door een drie-etagekooi.

De geleiding van de kooi en het contra-gewicht is een rollanggeleiding op U-profiel resp. hoekijzer.Deze rollengtegeleiding maakt het mogelijk de extra slijtage, door deze draaiing ontstaan, te elimineren. Om nu de kooi tijdens de draaiing te vrijwaren van torsie zijn de geleidingsrollen van de onderzijde van de kooi aan een draaibalk bevestigd, die een begrende uitslag heeft. Op de beide laadplaatsen gaat de kopgeleiding over in hoekgeleiding. De draaiing van de kooi vindt plaats in het schachtgedeelte waar kopgeleiding is en wel over een lengte van ± 60 m tussen de 100 m.v. en 217 m.v.  d.w.z. per lopende meter ± 1º.

( www.limburgsemijnen.nl )

home